Menu

Introductie
Wat voor een website is dit en wie zijn wij
Updates
Overzicht met de laatste wekelijkse updates
Recensies
Recensies van 759 spellen en spelverslagen van 459 spellen
Spel aan de Maas
Neem een kijkje in het archief van onze Rotterdamse spellenclub
Artikelen
Artikelen, interviews met spelauteurs en verslagen van spelevenementen
Aanbevolen
Lijstjes met onze tips en favorieten en de winnaars van spellenprijzen
Weblog
Het Spellengek-weblog voor diverse spelgerelateerde schrijfsels
Links
Links naar andere websites over bord- en kaartspellen
Winkels
Overzicht met spellenspeciaalzaken in Nederland en België

Weblog

Recensie: Flamme Rouge - 23 Mar 2019


Wielrennen is een van de populairste sporten in ons landje. Hele volksstammen plakken in de zomer vast aan hun tv voor de Tour de France en andere wielrenfestijnen. Ik snap daar weinig van. Fietsen is voor mij vooral een handige manier om van A naar B te komen als de afstand niet te groot is, maar fietsende mensen bekijken vind ik echt heel saai en veel van die ritten duren ook nog eens uren. Ik liep dan ook niet echt warm voor een spel over wielrennen. Tot Shut up and sit down aandacht besteedde aan Flamme Rouge en zo mijn interesse wekte. En zo kon het gebeuren dat er op mijn tafel toch een spel over wielrennen kwam te staan.
   
Flamme Rouge is een spel waarin spelers een team van twee wielrenners aansturen in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Het doel is natuurlijk om één van jouw renners als eerste over de finish te krijgen. Je ene renner is een Rouleur, of te wel een wielrenner die de hele tijd in een flink tempo door kan trappen, maar die echte topsnelheid mist. De andere wielrenner is een Sprinteur, die het grootste deel van de rit het net wat rustiger aan doet om af en toe met een stevige krachtexplosie een flinke sprint naar voren te nemen.

In het midden van de tafel wordt met losse stukken een parcours neergelegd. Je kan een van de standaard opstellingen uit het spel gebruiken, maar je mag ook je fantasie de vrije loop laten. Iedere speler krijgt vervolgens twee wielrenners en voor iedere wielrenner een deck met kaarten waarop staat hoe hard ze gaan (de Sprinteur gaat 2-9 vakken per keer en de Rouleur 3 tot 7). De wielrenners worden aan de start gezet en daarna kan het spel beginnen!

Iedere beurt trekt iedere speler voor iedere wielrenner vier kaarten van het deck en kiest daar één van uit om aan te geven hoe hard de wielrenner gaat. Je mag zelf kiezen in welke volgorde je de kaarten kiest voor de Rouleur en Sprinteur, maar je mag pas kijken welke kaarten je trekt voor de tweede nadat je de keus voor de eerste wielrenner hebt gemaakt.

Daarna worden de wielrenners op het bord net zo veel stapjes vooruit gezet als de kaarten die voor hen zijn gespeeld. De voorste wielrenner gaat altijd als eerste en zo wordt het hele peloton wielrenner na wielrenner bewogen. Als je met je wielrenner zou eindigen op een plek waar al een ander staat, dan blijf je helaas achter deze wielrenner hangen. De kaarten die gebruikt zijn, worden nu afgelegd (zijn uit het spel). Iedere keer als je trekstapel leeg is, schud je je aflegstapel om zo een nieuwe stapel te maken om van te trekken.

Nadat alle spelers hebben bewogen, wordt er van achter naar voren in het peloton gekeken of er wielrenners zijn die gebruik kunnen maken van de slipstream. Als er maar één leeg vakje tussen een (groepje) wielrenner(s) en de voorganger(s) is, dan mag je de achterste groep dat ene vakje naar voren schuiven. En als je een beetje geluk hebt, zijn ze dan onderdeel van een groep die ook weer maar één vakje achter hun voorganger fietsen en kunnen ze nog een keer slipstreamen.

Vervolgens ga je kijken welke wielrenners aan kop fietsen en de wind vol van voren krijgen. Elke wielrenner die een leeg vakje voor zich heeft staan, trapt zich het apelazerus en wordt moe. Deze wielrenner krijgt een vermoeidheidskaart die hij aan zijn deck moet toevoegen (snelheid van 2). Als je te vaak op kop fietst vervuilt dus je deck en voor je het weet trek je een hand met alleen maar 2-en en kom je dus niet meer vooruit.

Er wordt net zo lang gespeeld tot tenminste één wielrenner over de finish komt. De wielrenner die als eerste over de finish fietst (of het verste als er meerdere wielrenners finishen in dezelfde ronde), wint het spel.

Het spel adviseert om met een vlakke etappe te beginnen om de basisregels te leren. Daarna kan je bergen toevoegen met speciale regels. Zo kan je berg-op geen gebruik maken van de slipstream en ga je niet harder dan maximaal 5, terwijl je berg-af weer wel mag slipstreamen en juist minimaal 5 snel gaat (dit is dus het moment om vermoeidheidskaarten te dumpen). En als je nog meer variatie wilt, dan kan je nog de Peleton-uitbreiding kopen voor nog meer verschillende soorten wegen (waaronder de gevreesde kasseien) en de mogelijkheid om het spel ook met vijf of zes spelers te spelen.

…en de waardering

Flamme Rouge is een ontzettend leuk racespel. Het lijkt zo simpel, maar in de praktijk is het een leuke en lastige uitdaging om te bepalen welke kaarten je wanneer speelt. Het lijkt ideaal om aan het begin van de race splipstreamend mee te liften op de hogere kaarten van de andere spelers maar voor je het weet trekken zij een sprint naar voren waardoor er een te groot gat valt en je vol in de wind  fiets waardoor de ene vermoeidheidskaart na de andere je deck insluipt waardoor je wielrenners niet meer vooruit te branden zijn.

Het spel is prima speelbaar met twee spelers, maar het spel is leuker met drie of vier spelers. De regels van Flamme Rouge zijn lekker simpel, maar dit gaat niet ten koste van het speelplezier. Hierdoor is Flamme Rouge een spel dat geschikt is voor zowel verwende veelspelers als voor families.  Het spel is erg thematisch en daardoor zullen spelers al snel wielrenjargon uitslaan over pap in de benen, over hoe ver Parijs nog is en het hard maken van de koers. Dit komt het speelplezier zeer ten goede. Misschien is het spel zelfs wel zo leuk dat het lukt om verstokte wielrenfanaten in de zomer achter de tv vandaan te trekken omdat zelf meedoen leuker is dan kijken!







Auteur: Asger Harding Granerud
Uitgever: Lautapelit, 2016
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 40 euro

Recensie: Dobbel zo Clever - 13 Mar 2019


Het dobbelspelletje Clever was vorig jaar een grote hit onder spellenliefhebbers. Het spel greep helaas net naast de Spiel des Jahres. Al zal de auteur van Clever hier niet lang om gerouwd hebben omdat het spel dat wél won ook door hem ontworpen was (Kwakzalvers van Kakelenburg).  Na zo veel succes kan een vervolg niet lang op zich laten wachten. Ik had verwacht dat het een uitbreiding zou worden, maar het werd een zelfstandig speelbaar spel met de grappige naam Dobbel zo Clever.

Dobbel zo Clever werkt precies hetzelfde als Clever: je gooit met zes dobbelstenen, kiest er één van uit, kruist die af op een scoreblok, je legt alle dobbelstenen met een lagere waarde aan de kant en gooit de resterende dobbelstenen nog een keer waarna de cyclus zich nog twee keer herhaalt. Nadat je drie dobbelstenen hebt gebruikt, mogen de andere spelers uit de opzij gelegde dobbelstenen een dobbelsteen uitkiezen en afstrepen op hun blaadje. In Dobbel zo Clever heb je alleen andere kleuren dobbelstenen en werk je met een nieuw scorebriefje met andere vereisten en scoremogelijkheden.

Als je een zilveren dobbelsteen kiest, dan mag je het betreffende getal afkruisen. En daarna kruis je ook nog alle getallen af van de dobbelstenen die je aflegt. Aan het eind van het spel scoor je punten per rij (hoe meer afgekruist, hoe meer punten). Omdat je in dit blok ook de afgelegde dobbelstenen mag afkruisen, is dit blok een echte puntenpakker.

In het gele blok kost het juist meer moeite om een getal afgekruist te krijgen. De eerste keer dat je een getal kiest moet je er namelijk een cirkel om heen tekenen en pas als je hetzelfde getal nog een keer kiest mag je het echt afkruisen. Hoe meer getallen je via deze tweestapsmethode hebt afgekruist, hoe meer punten het oplevert.

In de blauwe rij vul je de waarde van de witte en blauwe dobbelsteen samen in. Iedere keer dat je een getal in vult moet dat gelijk of lager zijn dan het vorige getal. Je kan de rij dus maar beter niet met een laag getal beginnen. Hoe meer getallen je aan het eind van het spel hebt ingevuld, hoe meer punten je krijgt.

In de groene rij moet je sommetjes maken om punten te scoren. Je mag elk getal invullen en  de waardes worden vaak vermenigvuldigd. Je trekt alleen het tweede getal van het eerste af en het verschil is het aantal punten dat je scoort. Dit doe je ook weer bij het derde en vierde getal, etc.  Je wilt dus eigenlijk afwisselend hoog en laag scoren om het verschil zo groot mogelijk te maken.
In de laatste rij (de roze) mag je alles invullen wat je wilt en krijg je aan het eind van het spel de som van de gegooide getallen.

En natuurlijk krijg je net als bij Clever, bonussen als je sommige vakjes aankruist of bepaalde doelen bereikt. Als bonus mag je bijvoorbeeld een extra vakje van een bepaalde kleur wegkruisen. Als je dit een beetje handig doet kan je soms met dat extra vakje weer een bonus activeren waardoor je nog een vakje mag wegkruisen, etc. Behalve de bekende bonussen (opnieuw gooien, extra dobbelsteen en de vosjes) is er in deze versie ook een bonus waardoor je dobbelstenen die je hebt afgelegd weer terug mag nemen. Dit combineert vooral heel lekker met de zilveren dobbelsteen.

Aan het eind van het spel tel je al je scores op. Als je via bonussen vosjes hebt verdiend, dan krijg je per vos vervolgens nog het aantal punten van je slechtst scorende kleur extra. Wie daarna de meeste punten heeft wint het spel.
… en de waardering

Dobbel zo Clever is een hele goede naam voor dit spel. Het spel is namelijk echt een Clever 2.0: heel herkenbaar, maar toch compleet anders. En dat is positief voor mensen die (net als ik) Clever zo’n beetje grijs gespeeld hebben en toe zijn aan meer uitdaging. Maar de keerzijde daarvan is dat het spel een stuk complexer is en dus lastiger te leren is voor nieuwe spelers. Zelfs als je Clever al kent, is het eerste potje Dobbel zo Clever flink wennen. Het is veel lastiger om hoge scores te bereiken en het kost ook meer moeite om bonussen te activeren. De geluksfactor is in Dobbel zo Clever ook iets hoger dan in Clever geworden doordat lage worpen aan het begin van het spel vaak echt vervelend zijn terwijl je daar in Clever nog best wat aan hebt. Als je de beide spellen niet kent, dan raad ik daarom aan om met Clever te beginnen. Pas als je die kan dromen is het tijd om met veel plezier de zwaardere uitdaging uit te gaan van Dobbel zo Clever.






Auteur: Wolfgang Warsch
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 15 euro